Een interview met Guus Essers over fraude, leugens en de psychologie daarachter
Fraude en leugens zijn zelden zo eenvoudig als ze op het eerste gezicht lijken. Wat klein begint, kan groot eindigen. Wat intuïtief niet klopt, blijkt soms moeilijk bewijsbaar. In dit interview spreekt gedragswetenschapper Guus Essers, gespecialiseerd in de triade taalkunde, psychologie en bedrijfskunde, over het spanningsveld tussen intuïtie en methode, over waarom leugendetectie zo complex is, en waarom gedrag misschien wel de meest onderschatte informatiebron is.
Klein of groot: waarom nuance essentieel is
Volgens Guus is het onderscheid tussen kleine onwaarheden en ernstige fraude fundamenteel. Niet alleen omdat grotere fraude meer schade veroorzaakt, maar vooral omdat ogenschijnlijk kleine afwijkingen kunnen uitgroeien tot iets veel omvangrijkers.
Wanneer niet alle feiten op tafel liggen, ontstaat ruimte voor scenario’s. Sommige onschuldig, andere potentieel explosief. Juist dat maakt onderzoek kwetsbaar: zolang iets klein lijkt, is er vertrouwen en argeloosheid. Maar zodra blijkt dat dit vertrouwen onterecht is, gaan de alarmbellen af.
“In mijn vakgebied – fraudepsychologie – zie ik voortdurend zaken die klein lijken en groot blijken,” zegt Guus. “Dat is precies het moment waarop onderzoek begint.”
Intuïtie als startpunt, niet als bewijs
Onderzoek start volgens Guus vrijwel altijd met intuïtie. Rechercheurs, sociaal rechercheurs en fraudeonderzoekers zijn het daar opvallend genoeg unaniem over eens: zonder intuïtie is hun werk niet te doen.
Maar intuïtie kent een duidelijke beperking. Ze kan geen feiten ordenen, geen bewijs leveren en al helemaal niet standhouden in de rechtszaal. Intuïtie is niet toetsbaar.
Toch is intuïtie volgens Guus betrouwbaarder dan vaak wordt gedacht. Ze liegt zelden, tenzij eerdere ervaringen – zoals trauma’s. Dan kan ze in specifieke, steeds terugkerende situaties misleiden. Maar dat patroon is herkenbaar.
De kunst zit hem dus niet in het negeren van intuïtie, maar in het correct positioneren ervan: als beginpunt van onderzoek, niet als eindconclusie.
Tunnelvisie, status en confirmation bias
Een groot gevaar in onderzoek is tunnelvisie. Zeker wanneer intuïtie sterk is, bestaat de neiging om vooral bevestiging te zoeken. Dat verschijnsel staat bekend als confirmation bias: je past je aan, aan wat de groep denkt, zelfs als je innerlijk voelt dat het niet klopt.
Guus benoemt hierbij ook een sociaal-psychologisch aspect. Status en context spelen een grote rol, vooral in hiërarchische omgevingen. Mensen – en volgens Guus met name mannen – zijn soms terughoudend om intuïtieve signalen te benoemen uit angst voor gezichtsverlies of statusverlies.
“Dan ga je mee in het idee dat ‘de wereld plat is’, terwijl je weet dat dat niet zo is.”
Wanneer benoem je een leugen – en wanneer niet?
Een leugen direct benoemen is lang niet altijd verstandig. Confrontatie is een krachtig instrument, maar alleen effectief wanneer deze goed getimed en zorgvuldig voorbereid is.
In een interview kan een confrontatie cruciaal zijn wanneer alle andere scenario’s zijn uitgesloten en alleen de leugen overblijft. Zo’n confronterende vraag kan zelfs een meetbaar neurologisch effect hebben: het zogeheten N400-moment. Ongeveer 400 milliseconden na de vraag ontstaat er een “stroomdip” in het brein, waardoor iemand tijdelijk volledig uit het lood geslagen is.
De reacties verschillen: sommigen zwijgen bewust, anderen raken zo ontregeld dat ze alsnog toegeven en weer anderen beseffen dat de ondervrager “dichtbij” is gekomen.
Maar zolang bewijs ontbreekt, is het vaak verstandiger om juist níet te laten zien wat je weet.
Vriendelijk verhoren en de kracht van strategie
Daar komt de methode SUE – Strategic Use of Evidence in beeld, ontwikkeld aan de Universiteit van Stockholm. In Nederland bekend als vriendelijk verhoren.
Het principe is simpel maar effectief: de interviewer houdt informatie achter en stelt vragen waarvan hij het antwoord al kent. Wie de waarheid spreekt, bevestigt die kennis. Wie liegt, bouwt ongemerkt zijn eigen dossier op.
“Hoe vaker iemand een vraag onjuist beantwoordt terwijl jij het juiste antwoord al weet, hoe sterker het bewijs wordt,” aldus Guus.
Vriendelijk verhoren levert aantoonbaar meer betrouwbare informatie op dan druk, intimidatie of dwang.
De mythe van de leugendetector
De klassieke leugendetector – die hartslag, spierspanning en temperatuur meet – bestaat al zo’n zestig jaar. Maar ondanks talloze veroordelingen is nooit bewezen dat het apparaat daadwerkelijk doet wat het belooft.
Guus is duidelijk: de leugendetector is pseudowetenschap. In Europa wordt hij grotendeels afgewezen, al wordt hij in sommige landen nog als drukmiddel ingezet. Tragisch genoeg zijn er mensen op basis van deze techniek zwaar gestraft, tot aan de doodstraf toe.
Ironisch genoeg weten we inmiddels veel meer over leugens in het brein, maar niet dankzij die machine.
Telefonische leugendetectie: minder ruis, meer waarheid
Een van de meest verrassende inzichten uit recent onderzoek: telefonische leugendetectie is effectiever dan face-to-face contact. Doordat visuele ruis wegvalt, richt het brein zich volledig op auditieve signalen. Dat vergroot de kans op leugendetectie met ongeveer 13%.
Volgens Guus werkt telefonische leugendetectie met meerdere informatielagen: context, stemgebruik, para-verbale signalen, timing, taalstructuur en intuïtieve waarneming. Deze signalen vormen samen wat hij ‘hotspots’ noemt: aanwijzingen die richting geven aan verder onderzoek. “Broodkruimeltjes op weg naar het huisje van de heks.”
Taal als leugendetector
Non-verbale communicatie blijkt minder betrouwbaar dan jarenlang werd gedacht. Veel populaire aannames – zoals oogbewegingen die zouden verraden of iemand liegt – zijn wetenschappelijk ontkracht. Daartegenover staat taal. In taal laten mensen onbewust veel meer zien dan ze willen. Voorbeelden:
- afstand creëren (“die pen” in plaats van “deze pen”)
- verantwoordelijkheid vermijden
- rationaliseren (“ze hebben toch genoeg geld”)
- verschuiven van tijd (verleden vs. tegenwoordige tijd)
Een beroemd voorbeeld is Bill Clinton, die sprak over “that woman” in plaats van “this woman”.
Onderzoek in Nederland en België heeft inmiddels meerdere taalpatronen geïdentificeerd die sterk samenhangen met leugenachtig gedrag.
De onderbroken “uh” en andere micro-signalen
Een opvallend recent inzicht: niet elk “uh” is verdacht. Een vloeiende, ononderbroken “uh” duidt vaak op nadenken. Een onderbroken “uh… uh…” blijkt in 90% van de gevallen een leugenaanwijzing. De verklaring is neurologisch: een leugen wordt eerst als beeld geconstrueerd en daarna vertaald naar taal. Dat kost tijd en energie – hoorbaar in de stem.
Van intuïtie naar expertintuïtie
Wat deelnemers aan trainingen van Guus meenemen naar de praktijk, is vooral patroonherkenning. Bewustwording van signalen leidt tot het herkennen van patronen in gedrag, taal en context. Wie deze patronen structureel verzamelt, ontwikkelt volgens Guus expertintuïtie: een verfijnde intuïtie die gebaseerd is op ervaring, kennis en herhaalde observatie. Dat vraagt oefening, reflectie en tijd. Maar het resultaat is meer autonomie, meer zekerheid en beter onderzoek.
Gedrag als speeltuin
Waarom blijven achterhaalde methoden soms toch bestaan? Volgens Guus heeft dat alles te maken met hiërarchie, protocollen en trage kennisoverdracht binnen grote organisaties. Maar hij blijft optimistisch. Kennis ontwikkelt zich langzaam, maar gestaag. “Gedrag staat centraal,” zegt hij. “En gedrag is een speeltuin die altijd geopend is.”
En misschien is dat wel de kern van dit hele gesprek: wie leert kijken, luisteren en patronen herkennen, ziet veel meer dan ooit expliciet wordt gezegd.
Benieuwd naar meer?
Bekijk het volledige aanbod van de on-demand colleges van Guus Essers, waaronder:
Telefonische Fraudedetectie
Micro-expressies: “Ik kan zien wat u voelt“
De donkere driehoek: over narcisten, machiavellisten en psychopaten en de grote risico’s op fraude
Taal als leugendetector
Patroonherkenning in Fraudesignalen
Bekijk ook de cursus De leugen in het onderzoek